Nieuwjaarsconcert, 25 januari 2015

De eerste keer...

De eerste concertervaringen van een neofiet in onze onvolprezen Cantorij konden wel eens stof leveren voor een kort artikeltje, zo vond althans het koorbestuur.  Toen volgde de vraag en hieronder vind je het antwoord (tegen Veerle zeg je immers sowieso nooit nee).
Mijn start in ‘Hét Koor’ begin 2014 was er één van de valse soort.  Niet dat het zingen mij niet afging of zo, maar een hardnekkige niersteen besliste mijn voorjaarsplanning eens grondig bij te sturen.  Wat ze tijdens een operatie allemaal in je keel stoppen, weet ik niet en wil ik misschien best ook niet weten, maar je houdt er wel bekraste stembanden aan over.  Enfin, drie verdovingen en enkele weken stemrust later kon ik vanaf juni weer aansluiten maar dan kwam er het zomerreces aan.  September dan maar als doorstartmaand.  Mijn repertoriumkennis was niet groot en met ontzag keek ik naar de groeiende map partituren – ‘Tiens, had jij die ook nog niet?’- met blijkbaar parate kennis van mijn medekoorleden.  Maar niet getreurd: met collega-tenoren Leen en Claudine aan mijn zij kon ik al snel evolueren van volleerde playbacker tot voorzichtige medezanger.  Ook de dirigent bleef lief en bespaarde mij zijn vernietigende blikken of snijdende sneren (vingers kruisen).

Nu stond er een grandioos nieuwjaarsconcert gepland en het repertoire deed mijn redelijk herstelde keel alle voorzichtig opgebouwde zelfvertrouwen snel weer inslikken: bijna allemaal stukken die ik niet of nauwelijks kende.  Andermaal dank zij de fenomenale tenoren rondom mij bleek dat allemaal nog mee te vallen.  En hoe hij erin slaagt, niemand weet het maar Siegfried bestond het om enkele weken vóór het concert enkele leuke nieuwe stukken uit zijn ‘sleeves’ te toveren.  Op dat vlak stond ik dan weer op gelijke voet met de andere leden, net goed.  Anderzijds kon ik me ook niet langer verschuilen achter mijn nog-niet-helemaal-vertrouwd-zijn-met-de-partituren.

De repetities werden intenser en talrijker en met groeiende bewondering voelden we Siegfried het beste in ons wakker maken en geleidelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar.  Op de eerste bijeenkomst van 2015 gaf hij ons een bloemlezing van wat sommige dirigenten zoal van hun leden verwachten.  Na een diepe stilte (Van Daele: ‘zn.; -s; eerder zeldzaam fenomeen bij koren’) suste hij grootmoedig dat hij nóóit zover zou durven gaan.  Het kan zijn dat het slechts een zinsbegoocheling was van mij maar ik dacht wat minder ‘psjwsjwit’ te horen en wat vaker potloden te zien bovenhalen om nog maar eens het thema van het seizoen te noteren waar nodig.

Stressgevoelige zielen lezen beter even niet verder:  naarmate we de uitvoeringsdatum naderden bleken (bestuurs-)leden en dirigent maar bitter weinig last te hebben van stress.  Dat de tenoren enkele keren vooraf ten huize Leen apart kwamen oefenen, plaats ik gemakshalve maar niet onder de noemer stress, laten we het houden bij een streven naar perfectie.  Het repertoire kregen we voldoende onder de knie en we wisten dat een ‘mja, mja… dat is niet slecht, nee, niet slecht’ (leestip: traag lezen en zachtjes over je kin wrijven) dat dit dus mocht begrepen worden als: ‘gasten, ik ben fier op jullie’.  Even later echter kon een ‘het trekt op niets!’ ons evengoed weer met beide voeten aan de grond zetten.  De laatste repetities met pianist Pieter en sopraan Jolien bezorgden ons het zalige besef: dat is het!

25 januari. Kort na de middag zijn we paraat voor wat laatste punten en komma’s, voor een ultieme oefening in galant op- en aftreden, voor enkele essentiële instructies nog (map naar publiek, glimlach, vlotte tred, blik in de zaal, e.d.m.)  En dan komen de verlossende eerste noten.  Van ‘Alegría’ dan nog wel en met een Siegfried die de perfecte vertolking is van wat wij aan het zingen zijn.  Dat ziet het publiek natuurlijk niet; wij echter wél en het is de bedoeling dat we die vreugde ook uitstralen.  Met dezelfde lichtheid werken we ons lied na lied door het repertoire.  Pieter en Jolien geven het beste van zichzelf en ter afwisseling lezen enkele kinderen (als eerste onze kleinzoon Florian!) hun nieuwjaarsbrief voor.  Ze hebben de voorbije weken enkele keren geoefend onder leiding van Veerle, Kaat en Tine.  De onbevangenheid is ronduit ontwapenend en zorgt af en toe voor gepaste hilariteit.  Een spontaan kinderstemmetje in de zaal geeft zo nu en dan ongewild maar oh zo schattig feed-back.  Ook de diverse zanggroepen hebben wensen in petto voor het publiek en op het einde wordt de dirigent bedacht met een brief vol goede voornemens van onze kant en een met een mooi kunstwerk als bedankje voor zijn 10 jaar geduld en deskundige leiding.  Het applaus is geen beleefdheidsgeklap maar het klinkt warm en gemeend.  Wij glunderen discreet want het deed deugd.

Achter de schermen werden wederzijds complimentjes uitgewisseld en vanuit de coulissen klonk enthousiast uit talloze kindermondjes ‘toebaaitoebaaitoebaaitoe… baai toe…!’  De gelagzaal boven en de foyer stonden afgeladen vol en overal hoorde je leuke reacties.  Het drankje van de kas smaakte nóg eens zo goed.
Voor mij proefde de ervaring van mijn eerste keer óók naar meer. En zoals dat dan heet, keerden we een beetje moe maar voldaan naar huis te terug om nog wat na te genieten.